benzinepomp

mannelijk/vrouwelijk (de)/bɛn'zinəpɔmp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. installatie bedoeld voor de verkoop van afgemeten hoeveelheden benzine
    Het tankstation heeft 4 benzinepompen.
  2. tankstation, benzinestation
    Ik ga even benzine tanken bij de benzinepomp.
  3. motortechniek (motortechniek) brandstofpomp in een benzinemotor
    Toen de benzinepomp kapot ging stopte de auto met rijden.

Vertalingen

Engelsfilling station
Spaanssurtidor de gasolina, gasolinera, estación de servicio