benzinelucht

mannelijk/vrouwelijk (de)/bɛn'zinəlʏxt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. lucht die ruikt naar benzine; lucht met enige benzinedamp
    Toen Quispel in de vroege ochtend van de zestiende april de poort naar de binnenplaats opende, kreeg hij een sterke benzinelucht in zijn neus.
    Buurtbewoners zeggen vlak voor de brand een auto achter het pand te hebben gezien. De brandweer rook een "benzineachtige lucht".