benul
onzijdig (het)/bə'nʏl/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- besef, begrip, ideeJe moet wel enig benul hebben van wat je aan het doen bent.
Etymologie
* In de betekenis van ‘begrip’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1862
Uitdrukkingen
- geen flauw benul van iets hebben — helemaal niets begrijpen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek