benedenverdieping

vrouwelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de begane grond, de verdieping die gelijk met de straat is
    Hij stak de speksteenkachel aan met vers hout, restafval van de houtbewerking waar meer dan genoeg van was. Wanneer hij 's avonds met zijn bouwtekeningen en berekeningen boven bij de petroleumlamp zat, elektrisch licht was er alleen op de benedenverdieping, kon hij de temperatuur zo hoog laten worden dat hij ten slotte alleen nog in zijn hemd zat.

Vertalingen

Engelsgroundfloor