bench

mannelijk (de)/bɛntʃ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kooi waarin men een huisdier kan vervoeren of binnenshuis kan houden
    Bij een kelderbrand in Heerlen is een wasbeer ontsnapt. Een bewoner die naar buiten was gevlucht, liet een bench met het huisdier op straat vallen, waarop het deurtje openging.
    Het is aannemelijk dat er nog mensen in de panden zijn, vertelde een ooggetuige. "We hoorden een geluid dat we niet vertrouwden, en riepen dat iedereen naar buiten moest komen. Later bleek dat nog zeker één persoon onder het puin ligt. En boven zit de hond in de bench, maar die horen we nog wel. "

Etymologie

* uit het Engels

Vertalingen

Engelsdog crate