bemoeizucht

mannelijk/vrouwelijk (de)/bəˈmujzʏxt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. (ziekelijke) neiging om zich met iedereen en alles bezig te houden en zo mensen lastig te vallen
    Het is de vraag of de politiek zich moet lenen voor het beslechten van een fittie tussen ondernemers. Bovendien dringt de VVD hier aan op als regelgeving vermomde bemoeizucht waar detailhandel noch burgers op zitten te wachten. NRC 5 januari 2017