bemensing

vrouwelijk (de)/bə'mɛnsɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de personen die het benodigde werk aan boord van een schip of vliegtuig verrichten
    Op een passagiersschip zijn de bemensing en de passagiers strikt gescheiden.

Etymologie

* van bemensen .

Vertalingen

Engelscrew
Franséquipage
DuitsMannschaft, Besatzung
Spaanstripulación, equipaje, equipo
Italiaansciurma, equipaggio
Portugeestripulação
Chinees机务人员
Japansクルー
Poolszałoga
Zweedsbesättning
Deensbesætning