beloop

onzijdig (het)/bə'lop/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. economie (economie) een bedrag
    Het beloop was 14 euro.
  2. waterbeheer (waterbeheer) talud, hellend vlak
    Het beloop is het schuine vlak langs een weg, watergang of dijk.
  3. de wijze waarop iets zich min of meer vanzelf ontwikkeld
    In de DSM -IV is niet meer, zoals in eerdere versies van de DSM, vereist dat de ziekte een progressief of een irreversibel beloop heeft.

Etymologie

*hier komt de etymologie van het woord-->

Uitdrukkingen

  • iets op zijn beloop latengeen enkele poging doen de gang van zake te beïnvloeden.