belonen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) een prestatie of goede daad met geld of op een andere manier erkennen
    Zijn werk werd goed beloond.
    Prestaties bij STRAVA worden beloond met kudo's.
    Hij beloonde mijn belangstelling met een bulderende lach, waarbij hij zich bijna verslikte in een garnalensoesje. Ik vroeg mij af of ik hem op zijn schouder moest slaan, maar hij deed dat al bij mij, terwijl hij hikkend van plezier zei dat er voor een man met een missie, zoals hij was, helaas niets anders op zat dan in het harnas te sterven en dat hij mij grappig vond.

Etymologie

*Afgeleid van loon of afgeleid van lonen

Vertalingen

Engelsreward
Fransrécompenser
Duitsbelohnen
Spaansrecompensar
Poolswynagradzać
Zweedsbelöna
Deensbelønne