belemmeren

/bəˈlɛmərə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) een factor vormen die een gebeurtenis of handeling (bijna) onmogelijk maakt
    De slechte economische toestand van het land belemmerde de aanleg van de peperdure autosnelweg enorm.
    Door het slechte weer was alle treinveer belemmerd.
    Tot nu toe had ze helemaal nog geen schmink gebruikt omdat Alfred had gewaarschuwd voor kleine infecties die de genezing konden belemmeren.

Etymologie

*afgeleid van lam

Vertalingen

Engelshinder, impede, obstruct
Fransgêner, incommoder, entraver
Duitshemmen, behindern
Spaansimpedir, dificultar, bloquear