belegging

vrouwelijk (de)/bəˈlɛɣɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. economie (economie) geld besteed aan iets waarvan men verwacht dat het later meer waarde zal hebben
    Hij had zijn geld voorzichtig belegd en was daardoor langzamerhand toch heel rijk geworden.

Etymologie

* van beleggen .

Vertalingen

Engelsinvestment
Fransplacement
DuitsKapitalanlage
Spaanscolocación, inversión
Italiaansinvestimento
Portugeesinvestimento
Zweedsplacering, investering