belazerd

/bəˈlazərt/

Betekenis

werkwoord
  1. informeel (informeel) dwaas, gek, mal
    Ben je nu helemaal belazerd?
  2. informeel (informeel) erg slecht
  3. informeel (informeel) beroerd, onwillig
    Ze zijn nog te belazerd om je even te woord te staan.

Etymologie

* In de betekenis van ‘bedonderd’ voor het eerst aangetroffen in 1874