belastingfraude

mannelijk/vrouwelijk (de)/bə'lɑstɪŋfrɔudə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. fraude bij de belastingaangifte
    Zeven bankiers veroordeeld voor belastingfraude [http://www.nu.nl/economie/4276932/zeven-bankiers-deutsche-bank-veroordeeld-belastingfraude.html www.nu.nl]
    Telkens is de ongelijkheid aangetoond: bij het huren en kopen van een huis, zoeken naar een stage, binnenkomen van een club, staande gehouden en gefouilleerd worden door de politie, uitdelen van celstraffen en opsporen van belastingfraude. In al die gevallen werken een naam en huidskleur die niet direct als Hollands worden geassocieerd tegen je.

Vertalingen

Spaansfraude de impuestos, fraude fiscal, fraude tributario