belangeloosheid
vrouwelijk (de)/bəˌlɑŋəˈloshɛit/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het belangeloos zijnDe belangeloosheid van de wetenschapper moet gewaarborgd zijn want anders kun je gekleurde uitkomsten van een onderzoek verwachten.
Etymologie
* afgeleid van belangeloos
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek