belagen
/xxxx/
Betekenis
werkwoord
- (ov) iemand agressief/intimiderend benaderenHij werd aan alle kanten door zijn vijanden belaagd.
- opdringerig iets (proberen te) vragenDe minister werd door de journalist met een microfoon veel te opdringerig belaagd en achtervolgd.Seconden later werd ik verbaal belaagd door de kleine, witharige Anko: 'Hallo, Frans! Lekker weertje niet!'{{Aut| Valens, Anton
Etymologie
*Afgeleid van het verouderde laag (hinderlaag)
Vertalingen
Engelsbesiege, beleaguer, waylay
Fransharceler
Duitsbedrängen
Spaansacechar, asediar, acosar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek