belader

mannelijk (de)/bə'ladər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) iemand die een vracht in of op een voertuig laadt
    Deze huisvuilwagens zijn uitgerust met een hefarm aan de zijkant van de wagen die vanuit de chauffeurskabine wordt bediend. Een ‘belader’ achterop de wagen die handmatig de containers op de hefarm zet, is dan niet meer nodig. Tubantia 12-12-08 [https://www.tubantia.nl/almelo-e-o/ophalen-huisvuil-met-zijladers~af90b55f/ Ophalen huisvuil met zijladers]
    Het gaat bij de gedwongen ontslagen vooral om staf- en ondersteunende functies. Chauffeurs en beladers worden minder getroffen. De Telegraaf 08 nov. 2012 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/1211654/zeshonderd-banen-weg-bij-van-gansewinkel Zeshonderd banen weg bij Van Gansewinkel]
    Verdi eist voor de bijna duizend medewerkers in de dienstverlening op Hamburg Airport, onder wie beladers, bagageverwerkers en buschauffeurs, een salarisverhoging van 275 euro per maand. Enkele weken geleden zorgde een staking van de luchthavenbeveiliging voor veel ongerief. De Telegraaf 03 feb. 2019 [https://www.telegraaf.nl/nieuws/3104523/grondpersoneel-vliegveld-hamburg-staakt Grondpersoneel vliegveld Hamburg staakt]

Etymologie

* van beladen

Vertalingen

Engelsloader