bekoring
vrouwelijk (de)/bə'korɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- aangetrokken zijnDe bekoring sloeg over in realisme toen hij de prijs zag.
Etymologie
* van bekoren .
Vertalingen
DuitsReiz
Spaansencanto
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek
* van bekoren .