bekleden
/bəˈkledə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) met stof bedekkenZe willen graag de stoelen bekleden, omdat het beter staat.
- (ov) een ambt vervullenHij bekleedde een belangrijke post.Mensen die tijdens het overlijden van onze kinderen cruciale posities bekleedden, werden vervangen.
Etymologie
*Afgeleid van kleden
Vertalingen
Engelscover, clothe, occupy
Fransrevêtir, occuper, remplir
Duitspolstern, bekleiden
Spaansforrar, revestir, camisar
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek