bekkeneel

onzijdig (het)/ˌbɛkəˈnel/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. anatomie (anatomie) deel van de schedel waarin de hersenen zitten
    Tissot, wiens boek de hele negentiende eeuw door toonaangevend bleef, vermeldt het geval van een man die zich aan de buitensporigheden van de zelfbesmetting had overgegeven en ‘wiens hersenen op een zo wonderbare wijze waren opgedroogd, dat men ze hoorde schudden in het bekkeneel’.
    {{ouds|1864/83
  2. militair, geschiedenis (militair) (geschiedenis) metalen kapje dat onder of in plaats van een echte helm werd gedragen
    Tegen het eind van de twaalfde eeuw ontwikkelt zich uit de spits-conische helm het bekkeneel. (…) Het bekkeneel bestaat uit een halfronde, uit één plaat gevormde kap.

Etymologie

*van Middelnederlands "beckineel", op te vatten als afgeleid van "bekken"

Vertalingen

Engelscervelliere
Franscervelière
DuitsHirnhaube
Italiaanscervelliera