bekapping
vrouwelijk (de)/bə'kɑpɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het geraamte waarop men de dakbedekking kan bevestigenDe muren, die de zijwaartse druk van de gewelven moesten opvangen, werden voorafgaand aan het slaan van het welfsel gestabiliseerd met de trekbalken van de bekapping. Bovendien bood een bekapping of dak bescherming tegen hemelwater en vorst, zodat de mortel van het voegwerk en de beraping van de gewelven gemakkelijker droogde en de verstening daarbij sneller verliep. (2003)–G.W.C. van Wezel [https://www.dbnl.org/tekst/weze009onze01_01/weze009onze01_01_0005.php De Onze-Lieve-Vrouwekerk en de grafkapel voor Oranje-Nassau te Breda]
Etymologie
* van bekappen
Vertalingen
Engelstop overhaul
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek