behuwdvader

mannelijk (de)/bəˈhywtfadər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. familie (familie) mannelijke ouder van een echtgenoot
    De nieuwe relaties met buitenstaanders in dit ontvouwingsproces waren ook niet zo veelvoudig van aard, maar specifieker, bijvoorbeeld een ruilrelatie met iemand die alleen koper was en overigens anoniem en niet ook nog eens speelkameraad, raadgever, behuwdvader en geldschieter.