behouden

/bəˈhɑudə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) iets niet verliezen, handhaven, in stand houden
    Dat begint met het verzamelen en behouden van historische artefacten (denk bijvoorbeeld aan de vroegmoderne schilderijen over ijsvermaak van Hendrick Avercamp), gaat verder met de productie van teksten waarin deze artefacten onderdeel worden van een nationaal verhaal (denk bij sport aan de totstandkoming van vaste spelregels via sportbonden, in Nederland bijvoorbeeld met de oprichting van de Nederlandsche Voetbal- en Athletiek- Bond in 1889) en eindigt met de verspreiding van de nationalistische boodschap via tekst, media, onderwijs en sportwedstrijden.
    Ze sluiten respectievelijk aan bij de mens die handelt en ergens naar streeft, de mens die behouden en vereren wil, en de mens die lijdt en naar bevrijding zoekt.
    Het Nederlands behield veel van de oorspronkelijke sterke werkwoorden van het Germaans.
  2. ov (ov) redden
    De chirurg heeft het been van de patiënt kunnen behouden.

Etymologie

*Afgeleid van het werkwoord houden .

Uitdrukkingen

  • In behouden haven zijnveilig ergens zijn (bv na een reis)

Vertalingen

Engelsconserve, keep, preserve
Duitsbehalten
Spaansguardar, conservar, quedarse con
Poolszachować