behoefte

vrouwelijk (de)/ˈbə'huftə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iets wat benodigd of zeer wenselijk is
    Ik kan mezelf niet in eigen behoeften voorzien.
    Tijdens de diensten luisterde ik zelden naar wat de predikant te vertellen had, omdat ik het vaak niet eens was met wat hij verkondigde. Het was te ver verwijderd van de alledaagse werkelijkheid en de realiteit van menselijke emoties, behoeftes en imperfecties.
  2. behoefte hebben aan: iets heel erg nodig hebben
    Niemand die behoefte had aan namen, uitleg, eindeloze mooipraterij.
    Na twintig jaar hard werken in glimmende kantoorgebouwen had ik behoefte aan meer natuur en avontuur.
  3. behoefte doen: poepen
    De hond doet zijn behoefte in de goot naast het trottoir.

Etymologie

* van behoeven

Uitdrukkingen

  • n=1behoefte aan iets hebben|iets nodig hebben

Vertalingen

Engelsneed
Fransbesoin
DuitsBedürfnis, Bedarf
Spaansnecesidad
Italiaansbisogno
Portugeesnecessidade
Russischнужда
Japans必要, ひつよう, hitsuyou
Poolspotrzeba
Zweedsbehov
Deensbehov