begroeting

vrouwelijk (de)/bəˈɣrutɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het erkennen van elkaars aanwezigheid wanneer men elkaar ontmoet
    De begroeting was hartelijk en open.
    'Daar is hij weer,' zei ze bij wijze van begroeting.
    Knappe jongen, dacht Chantal. Leuke uitstraling, niet overdreven macho. ‘Hé, Heleen. ’ Na deze korte begroeting keek hij Chantal aan en knikte.

Etymologie

* van begroeten .

Vertalingen

Engelsgreeting
Spaanssaludo
Poolspozdrowienie