begroeiing

vrouwelijk (de)/bə'ɣrujɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. planten die iets groeiend bedekken
    Er moest iemand langskomen om de begroeiing te verwijderen.
    De forse begroeiing ontnam namelijk elk vergezicht.

Etymologie

* van begroeien .