begroeiing
vrouwelijk (de)/bə'ɣrujɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- planten die iets groeiend bedekkenEr moest iemand langskomen om de begroeiing te verwijderen.De forse begroeiing ontnam namelijk elk vergezicht.
Etymologie
* van begroeien .
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek