begonia

mannelijk/vrouwelijk (de)/bə'ɣonija/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bloemplanten (bloemplanten) een geslacht van bloeiende planten uit de begoniafamilie
    Alexander was net als ik altijd thuis. Hij had voor zijn deur een kleine patio omgetoverd tot een plantenparadijs. Iedere morgen als ik mijn gordijnen opendeed gaf hij daar zijn begonia's en fresia's water. Hij had zes kerstbomen, die met Pasen vol hingen met felgekleurde eitjes. {{Aut|Sandes, David

Etymologie

* leenwoord uit het modern Latijn, (eponiem) dat als eerbetoon verwijst naar de Franse gouverneur van het tegenwoordige Haïti, ; in de betekenis van ‘plantengeslacht’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1874

Vertalingen

Engelsbegonia
Fransbégonia
DuitsBegonie
Spaansbegonia
Italiaansbegonia
Portugeesbegônia
Poolsbegonia