begeven

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. refl (refl) zich ~: ergens heen gaan vaak op een plechtige of feestelijke manier
    ” Als een opgewonden klas op schoolreisje begeven de deelnemers zich op een drafje naar hun wagens.
    Zij begaven zich naar de abdij van Westminster.
    Verder was het reglementair vastgelegd dat gasten zich na 23. 00 uur niet meer in het zwembad mochten begeven.
  2. absol (absol) het ~: niet langer aan de druk weerstand kunnen bieden
    Het is daarbuiten één grote radioactieve soep en als hun hitteschilden het zouden begeven werden ze meegekookt, en dat weten ze.
    Een van de tentpalen begaf het en de tent stortte gedeeltelijk ineen.
  3. ov, verouderd (ov) (verouderd) in de steek laten, verlaten
    Maakt u zich geen zorgen, ik zal u niet begeven.

Etymologie

*afgeleid van geven