begaan
/bəˈɣan/
Betekenis
werkwoord
- (ov) iets doen dat onjuist of verboden isHij beging daarmee een grote vergissing.De blik in de ogen van Heleen was die van een waanzinnige die op het punt staat een gruweldaad te begaan.
- (ov) een plaats betredenJe begaat daarmee wel glad ijs.
werkwoord
- gepleegd.De begane overtreding wordt bestraft met een boete.
- waarover men gewoonlijk loopt, de verdieping die op straatniveau ligtWe liepen op de begane grond.
- emotioneel betrokkenHij was begaan met het lot van de vluchtelingen.
Etymologie
*Afgeleid van gaan .
Uitdrukkingen
- laten begaan
Vertalingen
Engelscommit, tread, walk
Duitsverüben, begehen
Spaanscometer, perpetrar, hollar
Poolspopełniać
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek