begaafdheid

vrouwelijk (de)/bə'ɣafthɛɪt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een bijzondere aanleg, een gave
    Hij heeft de begaafdheid om goed te kunnen hoofdrekenen.

Etymologie

*Afgeleid van begaafd .

Vertalingen

Engelsgift, talent
Franstalent, dons
DuitsTalent, Begabung
Spaanstalento