beenham
mannelijk/vrouwelijk (de)/'benhɑm/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- ham die bereid is met het vlees nog aan het botWerken en geld verdienen is `in' onder scholieren. Want wat moet je zonder een mobieltje? En een warm broodje beenham tussen de middag is lekkerder dan een zakje brood van huis. NRC Sheila Kamerman 23 december 2000
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek