Beemd

mannelijk (de)/bemt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. strook laaggelegen land ter weerszijden van een rivier of beek die regelmatig overstroomt, wat vaak vruchtbaar weidegebied oplevert. De beemden waren gemeenschappelijke weidegronden in de buurt van o.a. de beek
    Echte beemden zijn door de bedijking in Nederland zeldzaam.

Etymologie

* Sedert 1208 uit Middelnederlands bekend. Mogelijk ontstaan uit een samenstelling van ban (rechtsgebied) en made (weiland), maar dit is niet zeker.