bedroeven

/bəˈdruvə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) triest stemmen, verdriet aandoen
    Het bedroefde hem dat er zo weinig aandacht voor deze zaak was.

Etymologie

*afgeleid van droef en

Vertalingen

Engelsgrieve
Fransattrister, affliger, chagriner
Duitsbetrüben
Spaansentristecer, afligir, acongojar