bedrijfstijd

mannelijk (de)/bə'drɛɪfstɛɪt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. de tijd dat een bedrijf effectief produceert
    De Stichting van de Arbeid, waarin organisaties van werkgevers en werknemers samenwerken, heeft dit gisteren de Tweede Kamer geschreven. In de brief pleit de Stichting voor langere bedrijfstijden van ziekenhuizen en instellingen voor geestelijke gezondheidszorg. Zij moeten ook in de avonduren en gedurende het weekeinde open zijn. Van die ruimere openstelling hebben ook patiënten zonder betaalde baan, “direct of indirect voordeel”, aldus de Stichting.NRC 20 januari 1998
  2. de tijd dat iets echt in gebruik is
  3. de duur dat iets gebruikt kan worden

Vertalingen

Engelsplant operating time