bedelnap

mannelijk (de)/bedəl'nɑp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. bakje van een bedelaar waarin men geld kan doen
    ,,Volgens de boeddhistische traditie heeft een monnik in principe geen andere bezittingen dan twee sets kleding en een bedelnap.
    Mijn echtgenoot heeft daar altijd maling aan en geeft gul aan iedereen die er ook maar even zielig uitziet. Soms kan dat heel verkeerd uitpakken. Zo gooide hij in Uruquay eens een volle hand muntjes in het bedelnapje van een langs de weg zittend oud vrouwtje.