bedding
mannelijk/vrouwelijk (de)/'bɛdɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de uitholling in het landschap waarin een stroom of beek zich voortbeweegtDe bedding van de Eufraat heeft zich in de oudheid verplaatst, waardoor sommige steden in de woestijn kwamen te liggen en verlaten werden.
Etymologie
*Afgeleid van bed of van het verouderde werkwoord bedden
Vertalingen
Engelsbed, watercourse
Spaanscauce, yacimiento
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek