bechamelsaus

mannelijk/vrouwelijk (de)/beʃa'mɛlsɔus/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. voeding (voeding) gebonden saus van bouillon of melk

Etymologie

*(eponiem): leenvertaling van "sauce béchamel", genoemd naar de 17e-eeuwse Franse markies , in de betekenis van ‘melksaus’ voor het eerst aangetroffen in 1847

Vertalingen

Spaansbechamel, besamel, salsa bechamel