beboteren

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov, kookkunst (ov) (kookkunst) boter aanbrengen op iets: op voedsel tegen uitdrogen, of op kookgerei om aanbakken te voorkomen
    De moeder had de boterhammen van haar kinderen dik beboterd.
    - Hij beboterde het stuk brood en strooide er wat muisjes op.
    - Ik ben van plan dit jaar een kalkoen te bereiden. In het verleden beboterde ik het beest, ook onder de huid. Daarna bedekte ik het met ontbijtspek. Resultaat altijd goed. Maar nu dacht ik, misschien als ik het beest eens invet met ganzenvet. Wat denkt u? Zou het dan net zo smakelijk zijn of nog smakelijker?8 december 2012 NRC

Etymologie

*afgeleid van boteren