beamer

mannelijk (de)/'bi:mər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. projector voor elektronische beelden van computer, dvd, televisie enz.
    In alle klaslokalen van de school zijn digiborden met beamers aanwezig.
zelfstandig naamwoord
  1. instemmer, bevestiger

Etymologie

*[B] Afgeleid van het werkwoord "beamen" “instemmen” .