bazaar

mannelijk (de)/ba'zar/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. handel (handel) een (vaak overdekte) markt
    Op een bazaar kun je vaak snel een indruk van een land krijgen.
    In zijn vrije tijd stond hij op de bazaar in Beverwijk met tweedehandsauto's en - scooters en nam sporadisch schilderwerk aan.

Etymologie

* Leenwoord uit het Perzisch, in de betekenis van ‘marktplaats’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1572

Vertalingen

Spaansbazar