baton

mannelijk (de)/baˈtɔn/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. muziekinstrument (muziekinstrument) stokje dat een dirigent bij het dirigeren hanteert
    Sommige dirigenten gebruiken liever geen baton.
  2. militair (militair) met stof bekleed metalen staafje dat in plaats van een onderscheiding op een uniform wordt gedragen
  3. aan beide uiteinden verzwaard staafje waarmee een majorette kan jongleren

Etymologie

*van "bâton"

Vertalingen

Engelsconducting baton, baton
Fransbâton
DuitsTaktstock