basishouding
vrouwelijk (de)/'bazɪshɔudɪŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de essentie van de opstelling en gedragslijnEn dus werd de concurrentiemodus zijn basishouding, niet alleen tegenover mij, maar gaandeweg tegenover de meeste mensen, om te verhullen dat hij alleen mij uit het voetlicht probeerde te houden.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek