Bas

mannelijk (de)/bɑs/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. zanger met een basstem, baszanger
  2. laagste partij in een muziekstuk
    Op de piano speelt men met de linkerhand de baspartij
  3. laagste mannenstem
    De bas is lager dan de bariton
  4. muziek, beroep (muziek) (beroep) een zanger met deze lage mannenstem
    De corpulente man had een prachtige bas
  5. muziekinstrument (muziekinstrument) het laagstklinkende muziekinstrument uit een familie, bijvoorbeeld contrabas, basgitaar etc.
    De contrabas wordt staande bespeeld.
  6. dochter, meisje
  7. stuiver

Etymologie

* [2.5, 2.6] Herkomst: Jiddisj

Vertalingen

Spaansbajo
Poolsbas