barmhartigheid
vrouwelijk (de)/bɑrm'hɑrtəxhɛɪt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de mate van barmhartig zijnZijn barmhartigheid was helaas erg laag.Zo staat de bibliothecaresse erbij, hoort de verhalen aan, die ze al lijkt te kennen, met de piëteit van een non die, al staat ze nog zo in de ademtocht van de duivel, toch barmhartigheid kan schenken aan deze armzalige, gevallen ziel. Yousef Slaoui beent de balie voorbij. Hij voelt haar blik in zijn rug prikken, en ook de zwerver is lichtelijk afgeleid, neemt hoorbaar een slok van zijn koffie, probeert dan een halfslachtige poging te doen zijn verhaal te hervatten, wat niet lukt.
Etymologie
*Afgeleid van barmhartig .
Vertalingen
Spaansmisericordia
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek