barbiepop

mannelijk/vrouwelijk (de)/'bɑrbipɔp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. speelgoed (speelgoed) bepaald merk van een als een volwassen vrouw uitgevoerd speelpopje dat in allerlei kleren gestoken kan worden
    Ze is lang , heeft prachtige golvende bruine haren en heeft het figuur van een barbiepop
    Het model verbrak abrupt hun gesprek, rechtte haar rug en veranderde haar mimiek in dat van een barbiepop.
  2. pejoratief (pejoratief) vrouw die er erg popperig uitziet

Etymologie

*(eponiem): , leenvertaling van "Barbie doll", in 1959 vernoemd naar "Barbara", de dochter van , een van de oprichters van speelgoedfabrikant , in de betekenis van ‘speelpopje aangekleed als volwassen vrouw’ voor het eerst aangetroffen in 1990