Baptist
mannelijk (de)/bɑp'tɪst/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) aanhanger van het baptisme, een stroming in het christendom (en lid van een baptistengemeente)
Etymologie
*afgeleid van het Franse 'baptiste'
Vertalingen
Engelsbaptist
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek