baobab
mannelijk (de)/'baobɑp/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (bloemplanten) een geslacht van acht soorten dikstammige bomen uit droge, warme gebieden. Zes soorten stammen uit Madagaskar, twee nauw gelijkende soorten uit het vasteland van Afrika en één soort uit Australië
Vertalingen
Engelsbaobab
Fransbaobab
DuitsAffenbrotbaum, Baobab
Spaansbaobab, pan de mono, árbol del pan
Poolsbaobab
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek