banvloek
mannelijk (de)/'bɑnvluk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (religie) een kerkelijke straf waardoor geestelijken of leken worden uitgesloten van de gemeenschap der gelovigen
Vertalingen
Engelsanathema
Fransanathème
DuitsBannfluch
Spaansanatema
Poolsekskomunika, anatema
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek