bankpersoneel
onzijdig (het)/'bɑŋkpɛrsonel/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- mensen die in dienst zijn van een bankHet kabinet besloot vorige week de beursgang van de in 2008 genationaliseerde bank uit te stellen naar aanleiding van de onrust over de salarisverhogingen. De top van ABN Amro zou er per persoon 100.000 euro bij krijgen. Bij het bankpersoneel, dat geconfronteerd wordt met veel ontslagen viel deze verhoging heel slecht en ook veel politici waren er niet blij mee.Het bankpersoneel was op de training om de werkprestaties te verbeteren. De acht mensen met de laagste score moesten zich daarvoor verantwoorden op een podium.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek