bankgebouw

onzijdig (het)/'bɑŋkxəbɔu/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gebouw waarin een bank is gevestigd
    Wat dacht ze? Maakte de dood überhaupt deel uit van haar wereldbeeld? Wat had Harriets dood voor haar betekend? En wat betekende het kind dat ze verwachtte? Wat betekende het kind voor mij?Er viel een stortbui op het moment dat we het dorp binnenreden en de auto achter het bankgebouw parkeerden.
    Enkele honderden mensen hebben nog een kluisje in het bankgebouw in Oudenbosch. Ze moeten voor 1 april hun kluisje leeghalen en de sleutel inleveren.

Vertalingen

Engelsbank building