bankbreuk
mannelijk/vrouwelijk (de)/'bɑŋɡbrøk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (juridisch) faillissement ten gevolge van feiten die strafrechtelijk vervolgbaar zijn
Vertalingen
Engelsbankruptcy
Fransbanqueroute
DuitsBankrott
Spaansbancarrota
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek